Onlangs hoorde Bas Bastiaans, projectleider Aanpak Mensenhandel bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), over een minderjarig slachtoffer van seksuele uitbuiting dat was aangetroffen met een RFID-chip zo groot als een rijstkorrel in haar lichaam. Die was geïmplanteerd, zodat haar pooiers haar altijd kunnen vinden. Ook had ze een tatoeage die toonde ‘van wie ze was’. “Dit gebeurde niet in Nederland, maar het kan ons wel te wachten staan”, waarschuwt hij. 

‘Als je de hele week brandjes moet blussen, dan blijft de aanpak mensenhandel liggen’

De gewetenloze brutaliteit van deze daders staat lijnrecht tegenover de peilloze angst en schaamte van de slachtoffers. “Deze slachtoffers melden zich niet aan een gemeentelijke balie om te vertellen wat hen is overkomen”, zegt Bastiaans. Mensenhandel is een haaldelict en voor gemeenten is het lastig om daarop in te zetten. “Als je de hele week brandjes moet blussen, omdat acute problemen nu aandacht opeisen, dan blijft de aanpak mensenhandel liggen. Immers, daar moet je voor gaan zitten, je moet er een netwerk omheen bouwen en kennissessies organiseren.”

Om het jaar een peiling

We onderscheiden 4 typen mensenhandel: seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting, en gedwongen orgaanverwijdering. Dat laatste fenomeen is in de afgelopen jaren in Nederland slechts een aantal keren gesignaleerd. In het interbestuurlijk programma (IBP) van 2018, staat dat alle gemeenten uiterlijk per 2022 beleid moeten hebben dat zich richt op de aanpak van mensenhandel. Ook moet er een landelijk dekkend netwerk zijn van zorgcoördinatie en de aanpak moet geborgd zijn in afspraken tussen zorg- en veiligheidsketen. Sinds 2021 wordt er om het andere jaar gepeild hoe het ervoor staat met de aanpak bij de gemeenten en de Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH), welke ondersteuningsbehoefte ze hebben en wat hen belemmert in het uitvoeren van de aanpak. Afgelopen maart kwam de tweede rapportage over de aanpak van mensenhandel in gemeenten uit, in opdracht van de VNG. 

Gebrek aan capaciteit en kennis

Voor dit onderzoek vulden 338 gemeenten een vragenlijst in en alle 30 ZVH. Daaruit blijkt dat in 2021 een derde van de gemeenten nog beleid voor de aanpak van mensenhandel aan het ontwikkelen was. Inmiddels heeft twee derde beleid, waarvan een kwart nog bezig is met het formuleren ervan. De centrumgemeenten zijn vaak wat verder dan regiogemeenten. Gebrek aan capaciteit en onvoldoende kennis over mensenhandel zijn de belangrijkste oorzaken van het achterblijven op de doelstelling om het beleid door het hele land rond te hebben. Wat de gemeenten zelf betreft, mag er geen waardeoordeel gehangen worden of mensenhandel apart is geformuleerd in het beleid, want dit zegt niets over de kwaliteit van de aanpak.

‘Het landschap van zorg en veiligheid is gefragmenteerd’

Het overgrote deel van de respondenten (driekwart van de gemeenten en 85 procent van de ZVH) geeft aan onvoldoende zicht te hebben op de aard en omvang van de groep slachtoffers en daders. Er is behoefte aan meer onderzoek, maar het ontbreekt aan capaciteit om dit uit te voeren. Daarbij, informatie over aard en omvang is versnipperd beschikbaar, gemeenten hebben behoefte aan bundeling van de beschikbare informatie. Bij de seksclubs en escortbedrijven is er het meeste zicht op misstanden, maar gemeenten en ZVH hebben onvoldoende zicht op andere sectoren die kwetsbaar zijn voor mensenhandel. Zoals de agrarische sector, de schoonmaak-, en de uitzendbranche, de bouw, horeca, recreatieparken en de vleesindustrie. 

Wisselende kwaliteit

Mensenhandelbeleid in Nederland is lastig, legt Bastiaans uit. “Het landschap van zorg en veiligheid is gefragmenteerd.” Partijen zoals de reclassering, politie en OM hebben een landelijk beleid, maar veel organisaties hebben een lokale of regionale opdrachtgever. De zorginkoop gaat op basis van specifieke uitgangspunten. Dus reclassering, politie en OM hebben in elke regio waar ze actief zijn al gauw te maken met 4 à 5 verschillende uitgangspunten. Bastiaans: “In de ene regio zie je genoeg prioriteit, expertise en uitgangspunten voor de aanpak van mensenhandel, maar in de andere steekt het alweer heel anders in elkaar.” 

Elke keer is het maatwerk en dat leidt ertoe dat de kwaliteit erg verschilt. Gemeenten hebben veel autonomie en de politie is hiërarchisch opgebouwd. Bij de laatste kan van bovenaf worden opgelegd dat mensenhandel de maximale aandacht krijgt en dat elke eenheid daarop moet investeren, maar bij gemeenten werkt dat niet zo. Wel is er een landelijk programma, Samen tegen mensenhandel, waarin 80 organisaties zitten op het snijvlak van zorg en veiligheid. 

Kleuterfase

Voor Bastiaans blijft de vraag ‘hoe bouwen we meer eenheid in de samenwerking?’ boven de markt hangen. Publiek-privaat, publiek-publiek. Uiteraard met respect voor de AVG en de specifieke rollen en taken voor de diverse deelnemende partijen. Immers, het OM heeft als opvolger van strafbare feiten een andere rol dan een forensische zorgpartij. “Dat vereist domeinsensitiviteit”, aldus Bastiaans. “Een goed begrip van wie in welke situatie wat kan doen om het probleem aan te pakken. Dit is ook nog een onderdeel van de ontwikkeling.” Partijen die kunnen signaleren zijn anders dan partijen die kunnen opvolgen of nazorg bieden. Bastiaans: “Als gemeenschap in zijn geheel zijn we hier nu zo’n 5 jaar mee aan de slag, dus vergeleken met de menselijke ontwikkeling zitten we in de kleuterfase.” 

Goed voorbeeld

Waar in Nederland kunnen we een voorbeeld nemen aan de aanpak van mensenhandel? Rotterdam, noemt Bastiaans zonder twijfel. Vanuit de VeiligheidsAlliantie Rotterdam zorgen ze voor bestuurlijke rugdekking, de burgemeesters en wethouders van de 23 aangesloten gemeenten hebben de aanpak mensenhandel aangewezen als een van de prioriteiten. Daarnaast is er een goede procesondersteuning in de vorm van een continu proces van investeren, monitoren wat het oplevert, evalueren wat goed gaat en aanpassen van wat anders moet. 

‘Laat het beleid alsjeblieft effect sorteren voor de slachtoffers’

Over 2 jaar hoopt Bastiaans in de rapportage over de aanpak van mensenhandel te lezen dat alle Nederlandse gemeenten investeren in het beleid. Mooier zou zijn als er ‘successen’ ontstaan. Wanneer je als klein team heel veel werk op je bord hebt liggen en je moet beleid opstellen waarvan je niet weet of het probleem in jouw gemeente speelt, dan is dat best een taaie klus, weet Bastiaans. “Laat het beleid alsjeblieft effect sorteren voor de slachtoffers, want dan gaan de medewerkers erin geloven, dan gaan ze ervoor lopen en dan krijgen ze er ook meer zicht op in hun gemeente. Daar zit de echt grote uitdaging in de aanpak van mensenhandel.”

Expliciet beeldmateriaal

Een van de belangrijkste zaken op het wensenlijstje van Bastiaans is de bijdrage vanuit het onderwijs. “Die missen we nu nog als partner.” Immers, kwetsbare jongeren en hun sociale netwerken bereik je via het speciaal en praktijkonderwijs. “Dit biedt een enorme potentie om dader- en slachtofferschap van criminele en seksuele uitbuiting eerder te signalen en meer problemen te voorkomen”, aldus Bastiaans. 

‘We geven 10-jarigen een smartphone zonder de juiste informatie over de risico’s’

Daarnaast zijn de socialemedia-platforms zoals Instagram en SnapChat belangrijke aanjagers van risico’s van uitbuiting. “Het is een jungle”, vindt hij. “We laten jongeren na hun 18e en een rijexamen in een auto stappen, maar we geven 10-jarigen een smartphone zonder de juiste informatie over de risico’s.” Natuurlijk, er ligt een rol voor ouders en scholen waar het gaat om opvoeden en informeren, maar het is aan de socialemedia-platforms om betere bescherming te regelen. Zo kunnen de banken de leeftijd controleren van een klant door hem een cent te laten overmaken via de eigen rekening, om te zien of dit de persoon is wie hij zegt te zijn en zodoende diens leeftijd te kunnen vaststellen. “Wat mij betreft moeten de socialemedia-platforms een differentiatie aanbrengen in wat kan en mag. Ben je nog geen 18 jaar, dan is een deel van de opties van het platform voor jou uitgeschakeld. Bijvoorbeeld als het gaat om expliciet beeldmateriaal.”

realiteitszin

Bastiaans ziet graag dat we allemaal goed doordrongen zijn van de gewetenloosheid van mensenhandelaars. Een groep criminele uitbuiters gaat over lijken en we bereiken meer met een goed georganiseerde samenwerking. Slachtoffers verdienen dat. Bastiaans moet er niet aan denken dat zijn tienerdochter zo in de puree komt, dat ze wordt getagd door een crimineel en geld voor hem moet verdienen. “Ik gun onszelf genoeg realiteitszin, want de gewetenloosheid houdt niet op te bestaan. Voor mensenhandel hebben we niet een lange adem, maar een eindeloze adem nodig. Ik ben een realist, dit probleem kunnen we niet helemaal uitroeien, maar als we er met elkaar de schouders onder zetten, krijgen we meer gedaan dan nu.” <<

Meer weten over de aanpak van mensenhandel door gemeenten? Neem contact op met CCV-projectleider Rodney Haan, via e-mail: rodney.haan@hetccv.nl of telefoon: 06 51 93 06 31, of raadpleeg de website van het CCV.