Veiligheid en leefbaarheid rondom een azc
Sinds 2016 worden maximaal 750 asielzoekers gehuisvest in een voormalig politieopleidingscentrum in Zutphen. De leefbaarheid en veiligheid rondom het azc Zutphen bleven stabiel. Uit de ervaringen die in Zutphen zijn opgedaan, zijn lessen getrokken. Wat zijn essentiële randvoorwaarden voor een goed beheer van een azc?

De vestiging van het asielzoekerscentrum (azc) in de gemeente Zutphen is, anders dan veel andere asielopvanglocaties in die tijd, nauwgezet en langdurig voorbereid. Al in 2014, 2 jaar voor de opening van het azc, werd begonnen met de voorbereidingen. Deze opening viel juist samen met de verhoogde asielinstroom in Nederland, die leidde tot veel onrust onder de bevolking en het versneld opstarten van noodvoorzieningen. Deze noodvoorzieningen zijn alweer geruime tijd gesloten; wat resteert, is de ‘reguliere’ opvang in Nederland.
Monitoring met gemeenschappelijke inbreng
In september 2020 verscheen opnieuw de meting ‘Leefbaarheid en veiligheid rondom azc Zutphen’, een jaarlijkse meting van Bureau Beke, met de ervaringen van omwonenden (via een vragenlijst), registratie van het COA (via geregistreerde incidenten en klachten) en de politie als informatiebronnen. Ondanks een toename van het aantal asielzoekers (van 440 in 2017 naar 734 in 2019) wordt ongeveer evenveel overlast en criminaliteit ervaren. Daarnaast blijft het veiligheidsgevoel van omwonenden stabiel. Daarnaast komen er steeds minder klachten van omwonenden bij het azc binnen en blijft het gemiddeld aantal incidenten op het azc-terrein op gelijke hoogte.
Resultaten uit de laatste meting
Zowel de omwonenden als de politie geven in de laatste monitoring aan dat de overlast en de criminaliteit rondom het azc nagenoeg gelijk zijn gebleven. Daarnaast is het aantal incidenten op het terrein van het COA de afgelopen 3 jaar redelijk stabiel. Ook melden de omwonenden jaarlijks steeds minder overlastklachten bij het COA. En verder is het veiligheidsgevoel onder de omwonenden de laatste 2 jaar op een 10 puntsschaal gestegen tot een 7,7. Ook voelen steeds minder omwonenden zich onveilig na de komst van het azc (van 34 procent van de omwonenden in 2017 naar 20 procent in 2019).
Leefbaarheid en veiligheid in breder perspectief
De leefbaarheid en veiligheid rondom een opvang voor asielzoekers worden beïnvloed door verschillende factoren. Deze kunnen direct verband houden met de opvang (endogene factoren) of bestaan uit factoren die buiten de invloedssfeer van de opvang liggen (exogene factoren). Enkele voorbeelden van endogene factoren zijn het overlastgevend gedrag van sommige asielzoekers en de middelen die het COA-personeel heeft om op dit gedrag te sturen.
Suggesties van omwonenden voor de plannen voor cameratoezicht zijn meegenomen
Een voorbeeld van een exogene factor is de context van het gebied waarbinnen de opvang ligt (lees: een drukke woonwijk versus een landelijke omgeving). Ook de perceptie van omwonenden is hierop van invloed, alleen al wat betreft de subjectief ervaren veiligheidsbeleving. Deze beleving is overigens niet alleen afhankelijk van de vestiging van een asielopvang zelf, maar hangt samen met diverse factoren, waaronder persoonskenmerken, vertrouwen in de overheid, eigen slachtofferervaringen, de mate van toezicht in de buurt en mediaberichtgeving.
Al die factoren kunnen de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de opvang verslechteren. Om een voorbeeld te geven: berichtgeving rondom 1 overlastgevende asielzoeker in een opvang kan het beeld van de gehele opvang in een negatief daglicht stellen. Daarentegen liggen er ook veel kansen om de veiligheid en leefbaarheid te beheersen, vooropgesteld dat de randvoorwaarden hiervoor aanwezig zijn.
Randvoorwaarden
Op grond van de ervaringen rondom azc Zutphen sinds de start in 2016 hebben wij gekeken welke randvoorwaarden essentieel zijn voor een stabiele ontwikkeling van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Wij onderscheiden 7 randvoorwaarden:
Veelvuldig contact tussen bestuur/beleid en burger: Het besluit rondom de voorgenomen asielopvang in Zutphen werd door het college genomen, in nauw overleg met de gemeenteraad. Dit leidde uiteindelijk tot breed politiek draagvlak voor het azc. Ook is fors ingezet op regelmatige informatie richting omwonenden en ondernemers in de wijk, vooral toen bekend werd dat er een asielopvang zou komen. Zo heeft de wethouder op gezette tijden spreekuur gehouden in de wijk. Daarnaast hebben burgers veelvuldig de mogelijkheid gehad om in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van de gemeente en het COA. Verder zijn er nieuwsbrieven opgesteld, is er een steeds actuele website ontworpen en zijn brieven van burgers altijd beantwoord.
Jaarlijks wordt gemonitord welke aan het azc toe te wijzen overlast en criminaliteit voorkomen
Ruimte voor inbreng omwonenden: Na het besluit tot vestiging is vastgelegd dat een zogenoemd ‘omwonendenoverleg’ moet worden opgestart. In dit overleg hebben meerdere burgers plaatsgenomen en is maandelijks met de gemeente en het COA meegepraat over de vestiging van de opvang, bijvoorbeeld ten aanzien van veiligheids- en infrastructurele maatregelen. Ook hebben omwonenden de gelegenheid gekregen om de risico’s te benoemen die zij na de vestiging van de asielopvang zagen. Daarnaast kunnen zij via meerdere kanalen (een klachtenmeldpunt en een jaarlijkse enquête) overlast en criminaliteit melden.
Open houding van het COA: Vanaf de eerste overleggen met omwonenden stond het COA-management open voor hun inbreng. Zo zijn suggesties van omwonenden voor de plannen voor cameratoezicht meegenomen. Door deze opstelling is een deel van de aanvankelijke terughoudendheid bij omwonenden weggenomen en een goede interactie ontstaan tussen de partijen (omwonenden, gemeente, politie en COA), ook na de start van het azc.
Onafhankelijke toetsing van risico’s, leefbaarheid en veiligheid: Nog voor de start van de asielopvang zijn de risico’s op en rondom het azc in kaart gebracht. Deze actie heeft geleid tot een overzicht met risico’s die nog voor de start van het azc met beheersmaatregelen zijn afgedekt. Daarnaast wordt jaarlijks gemonitord welke aan het azc toe te wijzen overlast en criminaliteit voorkomen. De uitkomst van deze monitoring staat direct ten dienste van het treffen van eventuele nieuwe maatregelen.
Aan de casustafel wordt de groep notoire overlastgevers gevolgd
Stevige aanpak van overlastgevers: Aan de casustafel binnen de Veiligheidskamer van het Veiligheidshuis wordt de groep notoire overlastgevers gevolgd. Deelnemers aan de casustafel zijn de gemeente, de politie, het OM en het COA. Azc-bewoners die op of buiten het azc overlastgevend zijn worden in 2 categorieën ingedeeld: categorie I voor de zwaardere overlastveroorzakers en categorie II voor de lichtere vergrijpen. Voor beide categorieën worden gezamenlijke plannen van aanpak geschreven.
Herkenbare gezichten bij gemeente, COA en politie: Sinds de voorbereidingen van de azc-vestiging zijn nagenoeg alle medewerkers van de beheerpartners nog steeds betrokken bij het beheer rondom het azc. Een afdwingbare randvoorwaarde is dit natuurlijk niet, maar vooral voor omwonenden betekent dit dat ze geruime tijd te maken hebben met dezelfde aanspreekpunten. Dit zorg voor een aanmerkelijk lagere onderlinge communicatiedrempel.
De coronapandemie heeft een extra dimensie toegevoegd aan het beheer op en rondom het azc
Geen statisch, maar dynamisch beheer: Het beheer op en rondom het azc is geen statisch proces. De input die bijvoorbeeld vanuit de periodieke monitoring en de klachtenmeldingen naar voren komt, maakt het mogelijk om actueel op nieuwe ontwikkelingen in te springen. Een voorbeeld hiervan zijn de coronamaatregelen die sinds maart in Nederland gelden. Deze hebben ook gevolgen voor de azc-bewoners, binnen én buiten het azc. De coronapandemie heeft dan ook een extra dimensie toegevoegd aan het beheer op en rondom het azc. Zo wordt veel voorlichting gegeven aan bewoners over het coronavirus, zijn hygiënemaatregelen getroffen en werden groepsactiviteiten tijdelijk stopgezet.
Slotconclusie: slechts garantie tot de deur
Rondom de asielopvang in Zutphen hebben 7 randvoorwaarden mede geleid tot betere onderlinge verstandhouding tussen de partijen en een versterkte leefbaarheid en veiligheid in de omgeving. Dit wil alleen niet zeggen dat dergelijke voorwaarden ook automatisch succesvol zijn voor andere asielopvangen. Toch bieden de randvoorwaarden wel een blik op de basiselementen voor goed beheer rondom een opvanglocatie, hetgeen de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving ten goede kan komen. <<
De auteurs zijn werkzaam bij respectievelijk Bureau Beke uit Arnhem, bij gemeente Zutphen en bij het COA (azc Zutphen). Dit artikel is gebaseerd op de vierde meting ‘Leefbaarheid en veiligheid rondom azc Zutphen’.
Jos Kuppens is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: J.Kuppens@beke.nl.




Laat een reactie achter