Overlast onder corona
De coronamaatregelen zoals een lockdown en sluiting van de horeca en winkels hebben de samenleving beïnvloed en daarmee ook de criminaliteit. Een analyse van informatie uit politiesystemen laat zien dat ook diverse vormen van overlast, zoals jeugdoverlast, zijn beïnvloed door de maatregelen. Er zijn grote verschillen tussen overlast in het pre-coronajaar 2019 en 2020.

Sinds maart 2020 gaat Nederland gebukt onder het coronavirus COVID-19. In die periode heeft de samenleving te maken gehad met diverse maatregelen, zoals een (gedeeltelijke) lockdown, sluiting van horeca, sluiting van winkels, niet in groepen samenkomen en mondkapjesplicht, om enkele te noemen. Al deze maatregelen zijn van invloed op de samenleving en daarmee ook op criminaliteit. Tijdens de eerste lockdown van eind maart tot eind mei zagen we een daling van diverse vormen van ‘traditionele’ criminaliteit zoals woninginbraken en zakkenrollerij, maar ook een stijging van diverse vormen van online criminaliteit.
We zien dat de jeugdoverlast fors toeneemt in de periode van de eerste lockdown
Of dit direct causaal verband houdt, valt gezien de enorme hoeveelheid aan maatregelen die op verschillende momenten zijn ingevoerd en de complexe analyse die dat vergt nu niet te zeggen. Wij verwachten dat de maatregelen ook van invloed zijn geweest op overlast. In dit artikel kijken we met behulp van informatie uit de politiesystemen hoe diverse vormen van overlast zich in 2020 in Nederland hebben ontwikkeld en hoe dat zich verhoudt tot pre-coronajaar 2019.
Overlast
Overlast kent vele vormen zoals overlast in verband met alcohol en/of drugs of incidenten met personen met verward/overspannen gedrag. Onder overlast worden ook onrust en spanning in de wijk gerekend. Dit betreft naast jeugdoverlast en burenruzie ook geluidshinder, ruzie/twist, vernieling/vandalisme en overlast door vuurwerk. In tabel 1 is te zien hoe deze vormen van overlast zich in 2020 hebben ontwikkeld ten opzichte van 2019. Deze cijfers komen uit het politiesysteem Basisvoorziening Handhaving (BVH) waarin incidenten en informatiewaardige meldingen worden geregistreerd (zie ook het kader).
Tabel 1> Ontwikkeling overlast in 2020 t.o.v. 2019. Bron: BHV
Jeugdoverlast
Politiecijfers tonen aan dat er in 2020 meer jeugdoverlast was. Een stijging van 68 procent ten opzichte van 2019. Als naar het verloop van overlast jeugd over het jaar gekeken wordt (figuur 1), dan zien we dat de jeugdoverlast fors toeneemt in de periode van de eerste lockdown en daarna de rest van het jaar hoger blijft dan in 2019. In de maanden april en mei is het aantal incidenten zelfs meer dan verdubbeld ten opzichte van 2019.
Jeugdoverlast betreft overlast van jeugd in groepssamenstelling (meer dan 1 persoon) in de openbare ruimte, met een gemiddelde leeftijd onder de 25 jaar. Hierbij voeren geen andere specifieke feiten de boventoon. De politie maakt de afweging welk feit zij op dat moment leidend achten en waarop zij registreren.
Overlast jeugd omvat alle in BVH vastgelegde registraties van gemelde jeugdoverlast waarop door de politie inzet is gepleegd, maar ook eigen waarnemingen door politie. Daarnaast zijn ook de overlastmeldingen die via 0900-8844 in BVH zijn verwerkt meegenomen mits er inzet op is geweest. Het feit dat er zowel meldingen als waarnemingen worden vastgelegd onder dezelfde code, maakt dat omvang en toename mede beïnvloed worden door handhavingsinspanningen van politie. Door de coronamaatregelen is jeugdoverlast meer in beeld gekomen en is de politie meer gaan waarnemen en handhaven. Het meer constateren van jeugdoverlast leidt tot meer registraties van deze overlast en is daarmee, naast meer meldingen door burgers, mede van invloed op de stijging van jeugdoverlast.
Figuur 1> Overlast jeugd. Bron: BVH
Figuur 2> Vandalisme/baldadigheid. Bron: BVH
Vandalisme/baldadigheid
Hoewel de jeugdoverlast in het afgelopen jaar toenam, daalde het totaal aantal incidenten van vandalisme en/of baldadigheid evenwel met 12 procent (figuur 2). Deze daling is vooral toe te schrijven aan het eerste half jaar van 2020. Het gaat dan om gedragingen op of aan de openbare weg of een voor publiek toegankelijke plaats tegen personen of goederen die tot gevaar of nadeel kunnen leiden. Diverse vormen van vernieling zien een toename van tussen de 7 en 13 procent. Toch laten ook deze vaak aan jeugd toe te schrijven incidenten niet de enorme stijging van ‘overlast jeugd’ zien. Het verschil tussen vandalisme en vernieling zit in de opzet. Op het moment dat er opzettelijk schade wordt toegebracht valt dit niet meer onder vandalisme en/of baldadigheid.
Geluidshinder
Een andere opvallende stijger in 2020 is: ‘Geluidshinder overig’ met 42 procent. Dit betreft situaties waarbij door geluid hinder wordt ondervonden anders dan afkomstig van een horecagelegenheid of een legaal evenement. Gezien de horecasluiting tijdens een groot gedeelte van vorig jaar en het niet kunnen plaatsvinden van evenementen, is het niet onverwacht dat geluidsoverlast door horeca of een evenement enorm is afgenomen.
Vanaf april is er sprake van een flinke stijging van het aantal incidenten van overige geluidshinder
Vanaf april is er sprake van een flinke stijging van het aantal incidenten van overige geluidshinder. Dit gaat gelijk op met de eerste intelligente lockdown van eind maart tot en met eind mei, maar blijft door de zomermaanden heen relatief hoog ten opzichte van 2019 met nog een piek in augustus (figuur 3). Er is sprake van een verhoogd aantal incidenten tijdens de tweede gedeeltelijke lockdown vanaf medio oktober tot einde van het jaar (verzwaring in november en december), maar deze stijging is minder groot dan in april en mei. De daling van het aantal incidenten geluidshinder door horeca houdt daarentegen gelijke tred met de maatregelen rondom corona (figuur 4). Er is een duidelijke dip zichtbaar in de maanden van de eerste en tweede lockdown. Het globale verloop bezien, geldt hetzelfde voor geluidshinder door evenement (figuur 5).
Figuur 3> Geluidshinder overig. Bron: BVH
Figuur 4> Geluidshinder door horeca. Bron: BVH
Figuur 5> Geluidshinder door evenement. Bron: BVH
Burenruzie en ruzie/twist
In deze tijden van veel thuis zijn, is het voorstelbaar dat ruzie tussen buren toeneemt. Over het gehele jaar bezien is er slechts een minimale stijging van 1 procent waar te nemen. In absolute getallen betreft het een geringe toename van 443 incidenten over geheel Nederland. De stijging van burenruzie is nagenoeg volledig te wijten aan een verhoogd aantal incidenten in de maanden april en mei (figuur 6), ten tijde van de eerste lockdown. De rest van het jaar houdt burenruzie in 2020 gelijke tred met 2019. In oktober is het aantal burenruzies zelfs iets afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. Ondanks bijna 1600 meer ruzies tussen overige personen (geen buren) in augustus, is over heel 2020 een daling van 1 procent te zien ten opzichte van 2019 (figuur 7).
Figuur 6> Burenruzie. Bron: BVH
Figuur 7> Ruzie/twist. Bron: BVH
Resumé
Doordat mensen meer thuis zijn en grote groepen niet aan het werk en/of naar school konden en sport of andere vormen van vrijetijdsbesteding niet of beperkt mogelijk waren, lag het in de verwachting dat corona ook op andere aspecten van invloed is geweest. Dit artikel is een eerste aanzet door het beschrijven van de aantallen registraties van verschillende vormen van overlast in 2019 (pre-corona), en het coronajaar 2020. Bij jeugdoverlast zien we grote verschillen in zowel absolute aantallen als het verloop over de maanden van het jaar. Hetzelfde geldt voor geluidshinder. De diverse stijgingen op overlast lijken samen te gaan met de introductie van coronamaatregelen. Vooral het thuiswerken of door omstandigheden (zoals sluiting horeca) meer thuis zijn, kan van invloed zijn op de tolerantiegrenzen en meldingsbereidheid, maar anderszins ook op het vertonen van grensoverschrijdend en provocerend gedrag. Daarnaast neemt men wellicht eenvoudigweg meer waar doordat men (meer) thuis is. <<
Politiesysteem BVH
Door een vernieuwing in het systeem waarin niet-acute meldingen worden vastgelegd is per eind 2019 de registratie van deze meldingen in BVH vereenvoudigd. Hierdoor komen niet-acute meldingen eerder als incident in het systeem. Deze registratiewijze is gefaseerd ingevoerd tussen eind 2019 en het derde kwartaal van 2020. Om beide jaren zoveel mogelijk vergelijkbaar te maken zijn de politiecijfers gecorrigeerd: alleen meldingen die ook navolging hebben gehad, zijn meegenomen. Bij overlast door een verward/overspannen persoon ligt dit genuanceerder, omdat navolging ook veelal via de telefoon plaatsvindt. Deze navolging is niet te traceren in BVH.
Susan Wubbels in werkzaam bij Politie Nederland, Directie Strategie en Innovatie, Bureau Management Informatie.
Zij is bereikbaar voor vragen en informatie via e-mail: susan.wubbels@politie.nl



Laat een reactie achter