Op weg naar een modern onderzoeksgilde
Een modern onderzoeksgilde kan ervoor zorgen dat onderzoek naar maatschappelijke veiligheid goed op de praktijk aansluit. In zo’n gilde doen wetenschappers, veiligheidsprofessionals én burgers, samen onderzoek dat relevant is voor de praktijk.

Onlangs vond er een succesvol treffen plaats tussen burgers, wetenschappers en veiligheidsprofessionals – waaronder ook wijkagenten. Zij gingen met elkaar in gesprek over de mogelijkheden om samen wetenschappelijk onderzoek te doen. De bijeenkomst vond plaats in het anatomisch theater van het Boerhaave museum in Leiden.
Wetenschap en (beleids)praktijk nutten hun wederzijdse kennis onvoldoende uit
Wij kozen voor deze plek, omdat we ons in ons denken over onderzoek hebben laten inspireren door het idee van een gilde. Op ‘De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp’, het schilderij uit 1632 van de hand van Rembrandt, zien we een gilde aan het werk. De gildeleden kijken verschillende kanten op. Dr. Tulp heeft de leiding, maar hij tracht alle aanwezigen erbij te betrekken. Wat we niet zien op het schilderij, maar wel weten, is dat dit alles zich in aanwezigheid van (betalende) burgers voltrok. Zij stonden in de coulissen en konden meedoen door vragen te stellen.
Rembrandt van Rijn, ‘De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp’, 1632. Collectie: Mauritshuis, Den Haag.
In onze overtuiging is er meer samenwerking op het vlak van onderzoek naar criminaliteitspreventie en maatschappelijke veiligheid nodig én mogelijk. Wij stellen een modern onderzoeksgilde voor en wij associëren vrijelijk aan de hand van dit fraaie schilderij. Binnen zo’n onderzoeksgilde doen veiligheidsprofessionals uit de publieke en (semi)private sector, burgers en wetenschappers samen onderzoek.
Een andere vorm van samenwerken is nodig
Maar waarom dan? Er is toch al heel veel onderzoek? Hogescholen, universiteiten, kennisinstellingen, bureaus die beleidsonderzoek verrichten, overheden, alle produceren enorme hoeveelheden rapporten. Daarbij, in de wetenschap is een ontwikkeling zichtbaar van multidisciplinariteit naar interdisciplinariteit, naar transdisciplinariteit. De laatste is een wetenschapsopvatting die in grote mate overeenkomt met wat wij hier betogen. Echter, en dat is geen geheim, wetenschap en (beleids)praktijk nutten hun wederzijdse kennis onvoldoende uit, schrijft de rechtsantropoloog Janine Janssen (2020). Dat heeft volgens de Britse wetenschapper Christina Boswell allerlei redenen. We laten er hier 3 de revue passeren.
Een eerste punt richt zich op het gebrek aan relevantie van onderzoek voor de praktijk. Dit probleem kent zijn oorzaak veelal in de keuze van de onderzoeksvraag. Dergelijke vragen komen vaak in isolatie tot stand binnen de wetenschap, of op hoofdkantoren en ministeries. De invalshoeken en kennis van veiligheidsprofessionals en burgers zijn er geen onderdeel van. De resultaten van dergelijk onderzoek beantwoorden dan vaak niet de vragen die er zijn in de praktijk. Tegelijkertijd, zo weten wij uit eigen ervaring, spelen er bij beleidsmakers ook kwesties als (gebrek aan) acceptatie van onwelgevallig onderzoek en vermogen om relevantie te herkennen.
Een tweede punt is het vaak technische, academische taalgebruik in onderzoeksrapporten. Dat stimuleert gebruik van de onderzoeksresultaten door de veiligheidsprofessionals niet. Daarbij is de dominante wetenschappelijke cultuur met dogma’s als ‘publiceer in peer reviewed Engelstalige internationale tijdschriften, of ga ten onder’, ook niet behulpzaam.
Professionals moeten zich niet door hun werkgever belemmerd voelen om kritisch mee te denken
Een derde punt dat we in de literatuur tegenkomen gaat over de kloof tussen aanbevelingen van wetenschappers en hetgeen aanvaardbaar en uitvoerbaar is voor veiligheidsprofessionals en burgers. Dit hangt natuurlijk sterk samen met de eerste 2 punten.
Een modern onderzoeksgilde is mogelijk
Veiligheidsprofessionals, binnen en buiten de politie kunnen samen met wetenschappers en burgers onderzoek doen. Zo leveren zij in potentie een waardevolle bijdrage aan mooi en relevant onderzoek, dat in de praktijk ook gebruikt kan worden. Daarvoor moeten zij wel bereid zijn om te voldoen aan een aantal voorwaarden.
Wetenschappers, politiemensen, professionals, burgers, brengen allen verschillende nuttige vaardigheden in. De wetenschappelijke leiding van het gilde, ‘de dr. Tulps’, dienen aan de ene kant oog te hebben voor de kwaliteiten en talenten van niet wetenschappelijk geschoolde gildeleden, maar daarnaast ook de kwaliteit te bewaken. De andere gildeleden dienen eenzelfde collegiale houding aan te nemen (Cornwall en Jewkes, 1995). Zij moeten wetenschap niet wegzetten als ook maar een mening, of de burger zien als verdachte. Tijdens een gezamenlijk leer- en onderzoeksproces dienen alle deelnemers in die zin controle over dat proces te behouden, hun respectievelijke vaardigheden krijgen een plek. Ook een belangrijke voorwaarde is dat deelnemende wetenschappers, politiemensen en burgers allen in vrijheid mee kunnen doen en de ruimte krijgen om onafhankelijk te denken (De Swaan, 2015). Professionals moeten zich niet door hun werkgever belemmerd voelen om kritisch mee te denken. Zij dienen expliciet mandaat van hun werkgever te krijgen om vrij te kunnen participeren. Dit is belangrijk, het vormt een van de garanties voor de onafhankelijkheid van het onderzoek.
Een gilde kan alleen werken als kwaliteitsbewaking vooropstaat
Binnen het gilde mag geen enkele deelnemer voortdurend het gelijk aan zijn of haar kant hebben. Wie de literatuur over de oude gildes er nog eens op naslaat, kan lezen dat die ten onder gingen op het moment dat zij zich ontwikkelden tot gesloten bastions. Een gilde kan echter alleen werken als kwaliteitsbewaking vooropstaat en daarnaast de ramen open staan voor frisse ideeën.
Wetenschappelijke standaarden
We beklemtonen dat er binnen een modern onderzoeksgilde zorg is voor het behoud van wetenschappelijke standaarden (net zoals vroeger de gilden sterk waren in het ontwikkelen en bewaken van standaarden). Theoretische dillema’s met betrekking tot een onderzoeksvraag komen aan bod. Bespreking van de methoden en technieken die passen bij de beantwoording van de vraag horen daar ook bij. De beredeneerde inschatting over praktische kennis die is te verwachten en recht doet aan de praktijk, exerceren de gildeleden nadrukkelijk door. Hierbij hoort a priori inzicht in, en vooruitzicht op, de presentatie van de onderzoeksresultaten. Levert het gilde een onderzoeksrapport op, of beslist het gilde dat een theaterstuk, een film of clip, infographics, of het gebruik van kunst een manier is om het onderzoeksresultaat het meeste effect in de praktijk te laten krijgen?
We komen tot een conclusie
De metafoor van het gilde hebben wij nog niet helemaal uitgewerkt. Hoe we burgers concreet kunnen betrekken bij de formulering van onderzoeksvragen en de uitvoering van het onderzoek, behoeft nog verder concrete uitwerking. Ons valt echter op dat in deze bijzondere tijden er veel is om over te somberen, maar dat het toch positief is hoe iedereen in de samenleving samenwerkt. De handen ineenslaan, ook al heb je een andere achtergrond leek altijd zo moeilijk, maar nu ten tijde van de crisis laten we iets anders zien. Dat kan dus ook met wetenschap en de praktijk, zolang het onderzoeksonderwerpen betreft die net als in het hier en nu door burgers, professionals, wetenschappers samen relevant worden gevonden. <<
Dit artikel is gebaseerd op de bijeenkomst in het Boerhave Museum in Leiden, wat daar is geleerd en op een uitgebreid hoofdstuk over het moderne onderzoeksgilde met de titel ‘A stroke of genius: Rembrandt’s ‘The Anatomy Lesson’ as an inspiration for organising research for, about and in the world of policing’, hoofdstuk 34 in G. Jacobs, I. Suojanen, K. Horton, P.S. Bayerl (Eds.) (2020) International Security Management. New Solutions to Complexity. Springer, te verschijnen in oktober 2020.
Michel Bravo is hoofd Strategie, Kennismanagement, Innovatie en Onderzoek bij het Directoraat generaal Politie en Veiligheidsregio’s van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.
De auteurs zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: j.m.bravo@minjenv.nl en jhlj.janssen@avans.nl.




Laat een reactie achter