Hoe kunnen politie en burger beter samenwerken aan veiligheid en rechtvaardigheid? En hoe worden wederzijdse verwachtingen in deze samenwerking waargemaakt? Onderzoek van TNO laat zien dat burgers begeleiding nodig hebben, maar belangrijker nog is dat ze – indien ze betrokken zijn bij het strafrechtelijk onderzoek – een zekere mate van wederkerigheid verwachten in de samenwerking met de politie.

Van buurtonderzoek tot Bellingcat

Zowel kleine en klassieke incidenten zoals een fietsendiefstal, als de nieuwste vormen van cybercrime of ondermijning en zelfs oorlogsmisdrijven in Oekraïne of Afghanistan, worden door burgers onderzocht. Kunnen politie en justitie meer gebruikmaken van de capaciteit, kennis en kunde vanuit de maatschappij? En hoe sluit de overheid aan op deze initiatieven? Wat zijn de kansen en wat zijn de risico’s? De  overheid kan burgers betrekken (burgerparticipatie), of burgers kunnen de overheid betrekken bij misstanden (overheidsparticipatie) en er zijn burgers die om allerlei redenen zelfstandig op onderzoek uitgaan.  

Burgers houden zich al eeuwenlang bezig met opsporingszaken

Onderzoek laat zien dat slimme samenwerking kan leiden tot meer maatschappelijke veiligheid. Sociale media en nieuwe technologie spelen hierbij een cruciale rol, omdat ze nieuwe mogelijkheden creëren voor verdergaande samenwerking om zo meer zaken op te lossen. Burgers houden zich al eeuwenlang bezig met opsporingszaken. Door sociale media is het voor burgers makkelijker geworden om snel betrokken te raken bij opsporingsonderzoeken, want benodigde kennis en middelen zijn breder beschikbaar en sneller te delen dan in het tijdperk zonder internet. Er zijn in Nederland meer dan 10.000 buurt-WhatsAppgroepen actief, men zet studenten in om cold cases op te lossen en er zijn ontwikkelingen om samen slim te zoeken naar vermiste personen (zoals bijvoorbeeld SAREA). Meer en meer burgers doen hun eigen onderzoek als moderne Sherlocks, omdat ze bij willen dragen aan een rechtvaardiger, veiliger en leefbaarder  samenleving. Niet alleen in de fysieke leefwereld, maar zeker ook in de digitale. 

Burgers die betrokken raken in de opsporing is een internationale trend

Burgers die betrokken raken in de opsporing is een internationale trend en Nederland lijkt hierin tot de koplopers te behoren. De politie en het OM werken er samen met partners als TNO hard aan om steeds meer burgers op verschillende manieren bij allerlei misdrijven te laten participeren. Echter, operationele handvatten voor het benutten van de kansen en het tegelijkertijd beperken van de risico’s bij het werken met amateurspeurneuzen ontbraken nog.

Burgeronderzoek

Artikel 132a van het Wetboek van Strafvordering omschrijft opsporing in het Nederlands strafprocesrecht als “[…] doen van onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.” Burgers kunnen dus juridisch gezien niet opsporen; zij werken niet onder gezag van de officier van justitie. Daarom gebruiken we de term ‘burgeronderzoek’. Dit burgeronderzoek naar strafbare feiten kan op allerlei manieren: volledig autonoom en onafhankelijk, in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. Het aantal en de verscheidenheid van initiatieven is groot; de ene burger bericht over zijn gestolen fiets op Facebook en de ander zit in een groep om vermisten terug te vinden of zelfs oorlogsmisdadigers te ontmaskeren.

De burger in zijn netwerk en met internet, het is een gouden combinatie in de zoektocht naar welke informatie dan ook. Denk hierbij aan de opmars van openbronnenonderzoek. De oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat – Eliot Higgins – noemde openbronnenonderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevordert. Met zijn onderzoek naar de MH17 hielp Bellingcat het internationale Joint Investigation Team (JIT) aan belangrijk belangrijke informatie die een bijdrage leverde aan de bewijsvoering.   

Samenwerking met burgers kan voor politie en justitie waardevol zijn, maar risico’s zijn er ook

Samenwerking met burgers in de opsporing kan voor politie en justitie dus waardevol zijn, maar risico’s zijn er ook. Eigenrichting, inbreuk op elkaars privacy, de veiligheid van alle betrokkenen en de politie in de weg lopen zijn slechts enkele voorbeelden.

Sociale media en opsporing
Wim van Amerongen, Landelijk programmadirecteur Opsporing Nationale Politie, heeft niets tegen het gebruik van sociale media maar waarschuwt wel voor de nadelen ervan als ze voor opsporingsdoeleinden worden gebruikt. Volgens Van Amerongen moeten we oppassen voor eenzijdige presentatie of manipulatie van ‘bewijsmateriaal’ en moeten we optreden tegen het ‘digitaal eigen rechter spelen’. “De ernst van dat probleem werd me weer eens duidelijk na de afschuwelijke zelfmoord van een scholier in Heerlen. Kort daarna verscheen op een socialemediaplatform een foto van een groep jongeren. Er stond een cirkel om het hoofd van vier van hen: zij zouden de pesters zijn die de jongen tot zijn fatale daad dreven. Het was niet waar. Maar het nepnieuws had het kwaad al aangericht. De jongeren moeten vrezen nog jaren te worden nagewezen.”

Onderzoekshandboek

Samen met de politie ontwikkelde TNO een nieuw onderzoekshandboek. Daarmee is het mogelijk om burgerinitiatieven te begeleiden en te ondersteunen in hun onderzoeksactiviteiten. Het wil de krachten bundelen en op die manier zorgen voor meer wederzijds vertrouwen, maar ook de risico’s beperken daar waar dat kan. In de 21e-eeuwse maatschappij werkt de burger samen met een wendbare overheid, ondersteund door steeds slimmere technologie, aan wezenlijke veiligheidsproblemen.

In deze publicatie komen 24 onderzoeksmethodieken aan bod. Deze zijn vanuit de opsporingspraktijk van de politie vertaald naar de praktijk van de ‘burgerrechercheur’. De  toelichtingen op de methodieken zijn aan de hand van een voorbeeldmisdrijf, maar ze zijn ook te gebruiken in andere situaties. Deze onderzoeksmethodieken geven de burger unieke handvatten in de preventie en bij het doen van onderzoek en dragen bij aan de opsporing van criminaliteit en ondersteunen zo de samenwerking tussen politie en burger. <<

“Deze handreikingen zijn wat mij betreft behulpzaam als het gaat om de juiste verhouding tussen de opsporingsprofessionals en de soms inderdaad zeer professionele amateurs, met elk hun eigen inbreng. Dit alles vanuit de gedachte om samen te werken vanuit een robuuste rechtsstaat aan een veiliger Nederland, waarin de politie burgers beschermt, bekrachtigt en begrenst. We bekijken momenteel met het OM welke aanbevelingen en handreikingen we uit dit kennisproduct kunnen overnemen en door kunnen vertalen naar de dagelijkse politiepraktijk en communicatiemiddelen.” – Wim van Amerongen, Landelijk programmadirecteur Opsporing Nationale Politie

Arnout de Vries en Shanna Wemmers zijn werkzaam bij TNO.
Arnout de Vries is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: arnoutdevries@tno.nl.