Een gemaskerde jongen trekt een machete uit zijn trainingsbroek en zwaait ermee naar de camera. ‘Wow’, reageert documaker Danny Ghosen in de documentaire ‘Zorgt drillrap voor dodelijke steekpartijen?’ Hij wil het mes zien. In het gesprek dat daarop volgt, blijkt de jongen met de machete 14 jaar. Waarom hij het mes bij zich heeft? ‘Protect’, antwoordt de tiener. Tegen de ‘opps’, de vijand dus (‘opps’ is een afkorting van ‘opposition’.) Hij woont in een wijk in Groningen-Stad. Als hij in een andere wijk is, dan heeft hij sowieso wat op zijn heup, meldt een andere jongen van de groep die zich om de cameraploeg van Ghosen heeft verzameld. Waarom? Gewoon, om zich te verdedigen. Deze jongen is 13 jaar. 

‘Drill is een nieuw subgenre binnen hiphop’

Lokaal sausje

Tussen 2017 en 2019 werd Nederland geconfronteerd met een ruime verdubbeling van het aantal steekincidenten onder jongeren tussen de 18 en 22 jaar. Vaak wordt deze explosieve stijging van messengeweld gekoppeld aan drillrap, dat in dezelfde jaren simultaan opkwam in Nederland. “Drill is een nieuw subgenre binnen hiphop”, legt criminoloog Robby Roks uit die onderzoek doet naar jeugdbendes, messengeweld en liquidaties. 

Ontstaan in 2010 als jongste telg van de gangsterrap en op de kaart gezet door Chief Keef uit Chicago. Overal waar deze muziekstijl landde, kreeg het zijn eigen lokale sausje. Via Chicago kwam het terecht in het Verenigd Koninkrijk, waar het voortborduurde op de muzikale traditie daar. Rond 2018 bereikte drillrap het Nederlandse publiek.

Enorm gewelddadig

Volgens de definitie van de Amerikaanse socioloog Forrest Stuart kenmerkt het genre drill zich als enorm gewelddadig, in de teksten komt veel grof geweld voor. In Chicago wordt vooral verwezen naar vuurwapengeweld, in Engeland en in Nederland is dat vertaald naar messengeweld.

‘Het gewelddadige straatleven daar komt terug in de drillmuziek’

Roks heeft daar een eenvoudige verklaring voor: “Chicago was lange tijd murder capital van de VS, daar vielen veel doden door vuurwapens. Het VK heeft een traditie van knife crime en ook het gewelddadige straatleven daar komt terug in de drillmuziek. Met grote messen en verwijzingen naar het neersteken van opps.” Zo komt het ook voor in Nederland, dat heeft te maken met de wetgeving zoals we die hier kennen. Vuurwapens zijn verboden, steekwapens zijn te koop in winkels of liggen thuis in de keukenlade. 

Cijfers
Hoewel het totaal aantal jeugdige verdachten dat in aanraking komt met het OM al jaren afneemt (in 2020 -12 procent), zet in 2020 een zorgelijke trend door die in 2019 al zichtbaar werd. Het aantal minderjarigen dat verdacht wordt van een ernstig geweldsdelict is in een jaar tijd toegenomen met 17 procent van 1.633 verdachten in 2019 naar 1.904 in 2020. (Bron: Jaarbeeld Openbaar Ministerie 2020).
Zie ook de cijfers in de infographic van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Ondanks een lichte daling in de cijfers van de laatste 2 jaar, blijft het aantal geweldsincidenten met name in steden zorgwekkend hoog. Het is ook nog niet duidelijk of de daling een trend is.
In de leeftijdsgroep tot en met 17 jaar is een sterke stijging van het aantal steekincidenten. Zie figuur 1.
Kijk voor meer achtergrondinformatie en cijfers bij onderzoeken op de website van het CCV.

Figuur 1 > Aantal verdachten van 12 t/m 17 jaar die betrokken waren bij een messteekincident per halfjaar

Bron: politie.nl

De opkomst van drill en de toename van steekincidenten onder jongeren lijken zich logisch tot elkaar te verhouden, maar Roks waarschuwt voor al te vlugge conclusies. Om te beginnen is het lastig dat steekincidenten in de politieregistraties voor de periode 2017-2019 niet als zodanig werden benoemd. Daar wordt aan gewerkt, zodat er op termijn landelijk betrouwbaarder politiecijfers beschikbaar komen. Omdat je over een periode van 2, 3 jaar nog geen trend kunt aflezen in de statistieken, stelt Roks voor om verder terug in de geschiedenis te kijken naar het messengeweld in ons land. “Bij wijze van spreken zou het in 2011 veel hoger hebben kunnen liggen dan nu, maar dat weten we niet.” Statistische uitschieters kunnen van alles betekenen, bijvoorbeeld omdat er beter wordt opgelet of de registratie is nauwkeuriger. 

‘Misschien staan deze ontwikkelingen los van populaire culturele stromingen’

De lichte afname van de steekincidenten laat zich eveneens lastig verklaren. Misschien waren het de COVID-19-lockdowns, waardoor jongeren elkaar niet meer troffen op straat. Maar aan de andere kant, vanwege de lockdowns was er ook geen hulpverlening beschikbaar voor wie daar behoefte aan had. Frustratie zou hebben kunnen bijgedragen aan de incidenten die de politie wel heeft geregistreerd toen het land op slot zat. 

Roks wijst erop dat messengeweld an sich niets nieuws is. “Het vormt een golfbeweging.” Bureau Beke deed halverwege de jaren ’90 onderzoek naar het bezit en gebruik van steekwapens onder jongeren en de gevolgen daarvan op de scholen. Ook daarin werd een piek geconstateerd. Dat ebt dan weer weg en later steekt het weer de kop op. Roks: “Misschien staan deze ontwikkelingen los van populaire culturele stromingen, we weten het niet.” 

Blinde vlekken

Er is nog veel meer onbekend rondom de drillrap-subcultuur. Welke jongeren dragen er nu precies een mes bij zich? Wat is daar de aantrekkingskracht van? Veel professionals nemen aan dat als een jongere eenmaal een zwaar delict heeft gepleegd, dat daarmee de drempel tot nog heftiger vervolgdelicten is verlaagd. 

‘De politie toont op z’n Amerikaans alle ingenomen messen pontificaal op een tafel’

Of dat geweld in de omgeving en door leeftijdgenoten een voedingsbodem geeft voor het plegen van excessief geweld. Roks kan daar niks zinnigs over zeggen. “Op die manier hebben we dat nog niet onderzocht, dus ook dat is nog een blinde vlek.”

In de podcastserie van de Volkskrant  Kleine jongens steken niet komt Roks aan het woord over de drillrapscene.

Roks is dubbel over de inleveracties voor steekwapens door de politie. “Aan de ene kant is het natuurlijk goed dat dit soort acties plaatsvinden”, vindt hij. “Maar de politie toont op z’n Amerikaans groots alle ingenomen messen pontificaal op een tafel en verspreid daar foto’s van. Precies daar zit mijn zorg, want de politie viert het min of meer.” Is de politie zich wel voldoende bewust welke invloed die beelden hebben op het veiligheidsgevoel van jongeren? Het kan zijn dat het jongeren op de gedachte brengt dat jonge wijkgenoten nogal wat wapens op zak hebben. 

‘Deze mannen kijken bezorgd naar hoe wild de jongeren van nu zijn’

Rotterdamse jongeren die Roks met zijn collega’s voor een onderzoek sprak, lijken de beeldvorming uit de media te herhalen. “Als ik hen vraag of het bij zich dragen van messen een groot probleem is onder jongeren, dan antwoorden ze bevestigend. Ze hebben het in het nieuws voorbij zien komen, zeggen ze dan. Wellicht heeft dat effect op hun veiligheidsgevoel en op hun motivatie om zich te bewapenen.”  

Impact op lokale jeugd

Het dragen van een niffie is echt niet wijs. Drop je knife en doe wat met je life. Deze landelijke campagne staat ver af van de belevingswereld van de jongeren waar het zich op richt, meent Roks. Probeer niet in hun taal te spreken als het je niet eigen is, want jongeren prikken daar feilloos doorheen. Daarbij, niet alle jongeren herkennen zich in een landelijke campagne. “Het bijbehorende filmpje met een drillbeat eronder zal in bepaalde wijken van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag best aanslaan, maar in andere delen van het land niet.” Roks ziet meer in lokale campagnes, in samenwerking met het jongerenwerk en de plaatselijke jeugd. Zoals Dordrecht deed met de campagne Drop it, met korte filmpjes via de sociale media. “De samenwerking met de jongeren uit Dordrecht, heeft veel meer impact op de lokale jeugd.”

Het CCV verzamelde op de website meerdere lokale campagnes tegen wapenbezit onder jongeren.

Onlangs sprak Roks met een jongen van een beruchte drillrapgroep, afkomstig uit de wijk waar hij zijn promotieonderzoek naar de Haagse Crips deed. In het leven dat hij leidt moet hij een mes bij zich hebben, want er kan elk moment wat gebeuren, zei de jongen tegen hem. Roks legde dit soort uitspraken voor aan wat mannen die hij 10 jaar geleden sprak voor zijn promotieonderzoek, nu dertigers. Een aantal van hen heeft zich aangesloten bij de beruchte groep Caloh Wagoh, die zich nu bij de rechter moeten verantwoorden vanwege liquidaties. Het leven van andere bendeleden kreeg een positieve wending met een baan en een levenspartner. “Deze mannen kijken bezorgd naar hoe wild de jongeren van nu zijn. Hun gedweep met messen vinden ze wel erg heftig.” Daarbij past overigens wel een kleine relativering: “Tien jaar geleden deden ze dat zelf ook.”

Online zwerfafval

Maar toch, wat tussen je 15de en 22ste jaar stoer lijkt, daar kun je heel anders op terugkijken als je wat ouder bent. “Deze generatie laat een spoor na op het internet”, benadrukt Roks. “Die content verdwijnt niet en zal hen blijven achtervolgen. Ook als ze er overheen zijn gegroeid en geweld niet meer zo interessant vinden.” Dat online zwerfafval solliciteert niet lekker. 

‘Online trekken ze een te grote broek aan’

Het verschil tussen hoe deze jongens in werkelijkheid zijn en hoe ze zich online presenteren, kan hen op allerlei manieren in de problemen brengen. Roks: “Online trekken ze een te grote broek aan en ze worden vervolgens geconfronteerd met tegenstrijdigheden in hun presentatie, zowel on- als offline. Dus ze moeten dan ofwel en plein public toegeven dat de broek te groot was of ze moeten zich gedragen volgens het beeld dat ze van zichzelf hebben neergezet.” Online kunnen hier duizenden jongeren getuigen van zijn. Wat doen al die prikkels van de online realiteit met het jonge, nog rijpende brein? Ook daarnaar valt nog veel onderzoek te doen. <<