‘De kwetsbare wijken hebben ons de komende 20 jaar nodig’
Als het aan officier van justitie Loes van der Wees ligt, dan komt er nu een plan voor de komende decennia op tafel om de kwetsbare wijken in Rotterdam naar het landelijk gemiddelde niveau te trekken. Met een betrouwbare overheid die aanwezig en aanspreekbaar is. ‘Ik denk dat we een enorme winst kunnen boeken als we niet telkens van koers veranderen.’

Wat maakt uw werk aantrekkelijk?
“Wat ik heel leuk vind aan werken bij het OM, zeker in mijn huidige rol, is dat ik als officier het maatschappelijk speelveld kan overzien. Hoogleraar Hans Boutellier zei eens dat wij de keeper zijn in de aanpak van de kwetsbare wijken. Bij ons komt de ellende binnen en we zien wat er gebeurt, dus van daaruit kunnen we bedenken waar de oplossingen in zitten en wat je verder nodig hebt. Dat vind ik mooi.”
‘De aanpak van kwetsbare wijken is mijn grote liefde’
“Verder vind ik de actieve rol die ik kan pakken heel fijn. Een rechter moet wachten wat hij krijgt aangeleverd, maar wij kunnen dingen signaleren vanuit de zaken die we doen. Dat kunnen we aankaarten en overleggen met onze partners over wat zij kunnen doen om dit op te lossen.”
Foto: Loes van der Meer.
Sinds 4,5 jaar is Van der Wees als officier van justitie verbonden aan het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. In dit programma werken het Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam-Zuid. Samen willen deze partners ervoor zorgen dat opleidingsniveau, arbeidsparticipatie en woonkwaliteit in Rotterdam-Zuid in 20 jaar stijgen naar het gemiddelde van de 4 grote steden in Nederland.
Welke kansrijke ontwikkeling wordt in uw vakgebied nog te veel over het hoofd gezien?
“Jongeren in kwetsbare wijken worden meegesleept in de verleiding van de drugscriminaliteit. De kans die ik zie, is dat als justitie weet aan te sluiten bij maatschappelijke partners, dan kunnen we veel meer effect sorteren. Ik denk dat we dat nog te weinig doen. De laatste jaren heb ik geleerd om samen te werken met bijvoorbeeld stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam, het wijkteam, met De Nederlandsche Bank en de Vereniging van geldtransactiekantoren en havenbedrijven. Met elkaar kunnen we het effect van wat we doen mega veel groter maken, als we tegen elkaar zeggen ‘wat heb je van ons nodig’ of ‘wat hebben wij van jullie nodig’.”
“Neem jongens die met messen op straat lopen, daar kun je een schot hagel op afvuren en ze allemaal oppakken, maar we kunnen ook de politie vragen om heel precies in kaart te brengen wie die jongens nou precies zijn. Zodat we precies weten welke groep zich bezighoudt met ellende. Politie en justitie hebben daarmee nog geen zicht op wie de diehards en wie de meelopers zijn. Daar hebben we jongerenwerk bij nodig, de wijkteams, Werk & inkomen, de reclassering en de moeders van die jongens. Dáár zitten onze kansen. Als we dat soort allianties smeden, hoeven we uiteindelijk het strafrecht alleen in te zetten op het kleine percentage dat expliciet kiest voor de criminaliteit.”
‘Veel uithalers uit de containers op de haven komen uit Rotterdam-Zuid’
“De aanpak van kwetsbare wijken is mijn grote liefde. Ik vind het heel belangrijk dat we daar meer aandacht voor hebben en dat we niet een vergissing begaan zoals de Fransen met hun banlieues. Ik vind het super belangrijk dat we als overheid een veel grotere inspanning leveren, om de kinderen die in kwetsbare wijken opgroeien dezelfde kansen te geven als in de rest van de wereld. Ik ben een echte optimist: kom op jongens, we gaan ervoor!”
Welke bedreiging krijgt onvoldoende aandacht?
“Ik woon zelf in een kwetsbare wijk van Rotterdam en hier zie ik de effecten van drugscriminaliteit. Het burgemeestersmanifest Dicht de kloof vraagt aandacht voor de 16 meest kwetsbare gebieden in de Nederlandse grote steden, waar de werkloosheid en schooluitval hoger liggen, de Cito-score en het gebruik van laagdrempelige zorg lager, maar het gebruik van complexe zorg daarentegen veel hoger. Allemaal zaken die de kansen van volwassenen en kinderen in de weg staan. Daar krijgen criminelen echt wel voet aan de grond. Veel uithalers uit de containers op de haven komen uit Rotterdam-Zuid. Die kinderen zijn onvoldoende weerbaar tegen de verleiding van dat grote geld.”
“Dat geeft een soort olievlekwerking, want een paar van die gasten hebben daar een heel stoer verhaal over. Dat heeft een zekere aantrekkingskracht op andere jongens, die geloven dat je met een paar keer dat doen en miljoen hebt en dat je dan kunt stoppen. Maar het echte antwoord is: je komt er niet levend uit. Als je het een beetje leuk hebt gedaan en je wilt stoppen, dan komt er iemand aan je deur: ‘Goh, wat heb jij een leuk klein zusje. Wil je dat ze nog van school thuiskomt?’ Zeg daar maar eens nee tegen.”
‘Dat criminele geld komt bij moeder thuis op de keukentafel terecht’
“Vervolgens gebeurt er nog iets anders wat ik net zo zorgelijk vind, dat criminele geld komt bij moeder thuis op de keukentafel terecht. Zo zuigt een jongere zijn gezin erin mee. Het besmet heel veel. Als je eenmaal aan de luxe gewend bent, is het moeilijk om daar afstand van te doen. Als je gezin gewend is aan het geld, ontstaat er ook sociale druk.”
Stel u zit aan het knoppenpaneel, welke verandering voert u door om een grote stap vooruit te kunnen zetten?
“Ik wil geen hocus pocus, maar focus focus. We gaan veel meer aandacht besteden aan de kwetsbare wijken. Wat mij betreft gaat daar heel veel geld naartoe. Dat vat ik dan gelijk op als preventie van ondermijning. Dus aan de ene kant focus aanbrengen op het gebied, de kwetsbare wijken. Maar ik wil ook een aanpak overnemen uit Malmö, waarbij we de spotlights zetten op jongerengroepen en kansen bieden aan de jongens die nog best te verleiden zijn tot school, baan of hulpverlening, en dat we de echte bad guys eruit halen met gerichte ontmoediging.”
“In Malmö analyseren ze wie de jongens zijn, roepen hen bij elkaar in een voetbalstadion en maken helder: We’ve got our eyes on you. We weten wat je doet, maar dit is onze boodschap: we willen niet dat je gedood wordt, we willen niet dat jij een ander doodt, we hebben een hulpaanbod waar je 24/7 gebruik van kunt maken en dit is het nummer. Maar ze zeggen ook: wie in overtreding gaat, roept een sanctie over zijn hele groep uit. Dus haalt de één rottigheid uit, dan krijgen zijn maten er ook last van. Zij komen op de lijst van preventief fouilleren, wie bij de reclassering loopt moet zich dagelijks melden, tot en met een boete voor een propje op straat gooien. Bijzonder hinderlijk. Maar elke keer dat een van deze jongens in contact komt met iemand van de overheid, wordt er tegen hem gezegd: Beste …, ik hou je nu aan, ik weet bij welke groep jij hoort. We willen niet dat je gedood wordt, we willen niet dat jij een ander doodt, we hebben een hulpaanbod waar je 24/7 gebruik van kunt maken en dit is het nummer. Elke keer opnieuw wordt die boodschap ingesleten. De ervaring is dat zo’n 90 procent van de mensen in die groepen op enig moment zich openstelt voor die hulpverlening. Cool hè? Dus dat gaan we ook in Rotterdam doen!”
‘We gaan als overheid echt betrouwbaar zijn in wat we doen’
“We storten ons niet meer in 2-jarige projecten, maar we gaan een plan maken voor de komende 20 jaar. Die olifant hakken we in kleine blokjes en we stapelen niet het ene project op het andere. We gaan als overheid echt betrouwbaar zijn in wat we doen. Als we zeggen ‘we komen jou helpen’, dan komen we ook echt en dan zijn we niet over een jaar weer weg. Ik denk dat we een enorme winst kunnen boeken als we niet telkens van koers veranderen. De kwetsbare wijken hebben ons de komende 20 jaar nodig.”
Welke belangrijke les heeft u door uw werk opgestoken?
“De belangrijkste vraag die je kunt stellen luidt: ‘Wat kan ik voor je doen?’ Stap met de missie vanuit jouw organisatie ergens op af en zeg: ‘Wij denken dat hier een probleem zit. Denken jullie dat ook? Wat kunnen wij hier bijdragen?’ In die samenwerking ontstaan de echte parels.”<<





Laat een reactie achter