‘Als de slagingskans nul is, geven plofkrakers het op’
Nu de Nederlandse geldautomaten zo goed zijn beveiligd dat criminelen er nauwelijks nog buit uit kunnen halen, zijn ‘onze’ plofkrakers uitgeweken naar Duitsland. Het aanpakken van het fenomeen daar is complex, omdat Duitsland 16 deelstaten telt en elke deelstaat heeft zo’n 15 banken. “Ze doen specifieke kennis op bij een bepaalde bank en die informatie delen ze onder de grote groep criminelen.”

In 2015 was de laatste bankoverval in Nederland en de afloop was voor de boeven onsuccesvol. Er is geen geld meer in de bankgebouwen. Door alle beveiligingsmaatregelen verschoof het criminele oog naar geldautomaten. De eerste plofkraken rond 2011 waren gasaanvallen. Gas en zuurstof werden via de geldgleuf de pinautomaat in gepompt, daar werd een ontsteker bij gehouden en de geldkluis klapte uit elkaar. Alle banken schaften zwaardere kluizen aan. “Als die gasten geen buit meer krijgen, dan vinden ze er niks meer aan”, zegt Jos van der Stap, landelijk overvalcoördinator/programmamanager High Impact Crimes bij de politie. “Daarom is ons beleid gericht op geen buit, een grotere pakkans en gedemotiveerde daders.”
Zwaardere explosieven
Als antwoord op de zwaardere kluizen, gingen de plofkrakers met explosieven werken. Heel soms gebruikten ze militaire explosieven, maar doorgaans het kunstmestachtig spul waar de doe-het-zelver mee aan de slag gaat, ammoniumnitraat. Dat werd dan met een pizzaschuif de automaat in geschoven. Tegenwoordig gebruiken ze het flitskruit uit vuurwerk, daarmee kun je bommen maken.
‘Op die manier is het eigenlijk niet tegen te houden’
Van der Stap wil niet te diep ingaan op de preventieve maatregelen die politie en banken samen nemen, want criminelen blijven voortdurend uitproberen wat wel of niet werkt en passen hun methoden aan op de actualiteit. Bankkluizen kun je niet blijven verzwaren tot in het oneindige, want criminelen gaan dan ook steeds zwaardere explosieven gebruiken. Op een zeker moment gaan er complete gebouwen tegen de vlakte. Vandaag de dag gebruiken plofkrakers 3 explosieven achter elkaar voor verschillende onderdelen van de kluis. “Op die manier is het eigenlijk niet tegen te houden”, merkt Van der Stap op.
Hoge recidive
Een plofkraak voer je niet eventjes ad hoc uit, daarvoor is kennis nodig en specifieke materialen. Dit type dader werkt in een soort zzp-constructie, ze worden niet topdown aangestuurd. Fluïde netwerken noemt Van der Stap het, in wisselende samenstellingen. Een jaar of 10 geleden begonnen de aanvallen op geldautomaten door een groep van zo’n 40 man, vooral afkomstig uit de regio Utrecht, Amsterdam en Noord-Holland. De recidive binnen deze groep is hoog. Eenmaal uit de gevangenis, gaan ze er gewoon mee door.
‘Inmiddels is het netwerk uitgegroeid naar ongeveer 400 plegers’
Op een gegeven moment zijn ze gaan samenwerken met criminele jongeren, die inmiddels ook een boel kennis hebben opgebouwd. Van der Stap: “Inmiddels is het netwerk uitgegroeid naar ongeveer 400 plegers. We zien regelmatig namen terugkomen van mannen die we eerder oppakten. Maar ook jonge gasten vanaf een jaar of 18 met betrekkelijk weinig ervaring gaan mee op pad om plofkraken uit te voeren.”
Niet bang aangelegd
Plofkrakers zijn sensatiezoekers. Om een geldautomaat op te blazen, moet je niet bang zijn aangelegd. Ze vertonen opvallend gedrag. Van der Stap: “We hebben een filmpje gezien dat ze uit het raam van een auto hingen die 200 kilometer per uur reed, om de tank bij te vullen. De auto lag vol met jerrycans, om niet te hoeven tanken bij benzinestations met bewakingscamera’s.” Verschillende plofkrakers hebben zichzelf of andere weggebruikers doodgereden, zoals een vrouw in Utrecht. Onlangs is in Duitsland een vrouw ontvoerd door Nederlandse plofkrakers die met pech langs de weg stonden.
Modus operandi
Sinds 2018 richt de Taskforce overvallen zich ook op ram- en plofkraken. Alle partijen die gaan over geld, werken samen op basis van onderliggende convenanten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, De Nederlandsche Bank, de banken, Geldmaat, geldtransport. Sinds 10 jaar zit de politie maandelijks om de tafel met de veiligheidsmedewerkers van de banken. Daarbij schuiven ook specialisten vanuit de forensische opsporing aan. Geldmaat, een dochteronderneming van ING, Rabobank en ABN, voert de logistiek uit van al het cashverkeer. Zoals de geldautomaten vullen en het geldtransport tussen winkeliers en De Nederlandsche Bank. In die overleggen deelt de politie opgedane kennis vanuit opsporingsonderzoeken over de recente modus operandi en daar reageert Geldmaat op met preventieve maatregelen.
Duister Nederlands exportproduct
Van de 15 plofkraken die vorig jaar in Nederland zijn gepleegd, is geen enkele geslaagd. Om die reden zijn er nu zoveel mediaberichten over aanslagen op Duitse geldautomaten. Plofkraken zijn een vorm van mobiel banditisme geworden, een duister Nederlands exportproduct. Het begon bij een Nederlander die het met zijn Duitse criminele contacten eens is gaan uitproberen in Noordrijn-Westfalen, weet Van der Stap. De rest is geschiedenis. Vorig jaar bereikte Duitsland een recordaantal van 450 plofkraken, deze winter vinden er elke nacht een aantal plaats. De helft van de aanslagen op Duitse geldautomaten slaagt.
Figuur 1> Plofkraken in Nederland en Duitsland
De Nederlandse en Duitse politiediensten houden met elkaar in de gaten of de daders van plofkraken uit Nederland komen. Soms verraadt de rijrichting van de vluchtauto hen of ze steken gezien de grens over. Ook wanneer Duitsland Nederlandse daders oppakt, is er samenspraak met Nederland. Preventie is lastig in Duitsland. Geldautomaten opblazen daar is zo lucratief, dat het probleem niet vanzelf gaat ophouden te bestaan. De situatie rondom de Duitse banken is zoveel complexer dan in Nederland. Hier hebben we te maken met 4 grote banken en sinds de komst van Geldmaat, werkt de politie in feite met slechts één grote partij. Duitsland is opgedeeld in 16 deelstaten en elke deelstaat telt zo’n 15 banken.
Aanvankelijk hadden die banken de houding dat zij niet wilden investeren in preventie, want zij achtten de kans dat hun bank zou worden gekraakt niet zo groot. Zo was de houding van de Nederlandse banken in het begin ook, voordat Geldmaat werd opgericht. Kreeg de ABN het te verduren, dan keken de andere banken een andere kant op, maar als er dan maatregelen werden genomen, verschoof de aandacht van de criminelen naar de Rabobank en daarna naar de ING. In willekeurige volgorde. Zo pakten de criminelen veel buit.
‘Bij die bank moet je zijn en je moet het zo aanpakken’
Dit ziet Van der Stap nu ook in Duitsland gebeuren. “Ze doen specifieke kennis op bij een bepaalde bank en die informatie delen ze onder de grote groep criminelen: bij die bank moet je zijn en je moet het zo aanpakken.” Van der Stap is regelmatig in Duitsland voor samenwerking met de partners Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, de deelstaten die aan Nederland grenzen. Maar plofkrakers gaan ver, ook in afstand, dus inmiddels zijn ze actief in Berlijn, voormalig Oost-Duitsland en in Zwitserland.
Maatregelen aan de voorkant
Een grote zorg ten opzichte van ‘onze’ plofkrakers die actief zijn in Duitsland, is dat ze het buitgemaakte geld in Nederland gebruiken voor andere criminele activiteiten. Daarnaast heeft het een aantrekkingskracht op jonge daders, want het levert ze heel veel contant geld op. De jeugdcriminaliteit neemt af, maar er is nog een groepje beïnvloedbare jongeren over. Van der Stap: “Met Preventie met gezag heeft de regering daar nu beleid op gemaakt en we gaan dat samen met het ministerie en de grote gemeenten concreet maken met maatregelen aan de voorkant, want het is zaak om jongeren uit de criminaliteit te houden. Immers, wanneer ze eenmaal zoveel geld hebben dat ze alles kunnen kopen, dan wordt het lastig om ze weer terug te krijgen als vakkenvuller in de supermarkt.”
‘Een zware cobra heeft net zoveel kruitlading als een handgranaat’
Een andere zorg vormen de kant-en-klare bompakketten die crimineel worden verhandeld. In Nederland neemt het aantal incidenten met explosieven toe. Dat gaat niet alleen om plofkraken, ook aanslagen op juweliers en op criminelen onderling. Hier is een relatie met illegaal vuurwerk. “Een zware cobra heeft net zoveel kruitlading als een handgranaat”, zegt Van der Stap. Criminelen halen de cobra’s leeg en maken er bompakketten van, sommigen specialiseren zich in deze handel. Gevaarlijke ladingen liggen opgeslagen in garageboxen en woningen. “We werken nu met Duitsland en andere landen samen om te voorkomen dat hoeveelheden zwaar vuurwerk naar Nederland komen.” Want het verband is vastgesteld: een groot deel van het illegale vuurwerk dat Nederland bereikt wordt afgestoken rond de jaarwisseling, maar een deel ervan wordt afgenomen door criminelen die er bompakketten van maken.
“We zijn nu bezig met geldontwaarding en locatiebeleid”, geeft van der Stap aan. Wie naast of boven een geldautomaat woont, moet zich veilig weten. De automaten helemaal weghalen is geen oplossing, regeringsbeleid stelt dat iedereen binnen een straal van 5 kilometer van zijn huis over contant geld moet kunnen beschikken. Maatregelen om het geld waardeloos te maken zijn technisch nog vrij ingewikkeld. Toch zijn er een aantal goede ontwikkelingen. Zo is er naast inktbesmeuring nu ook sprake van verlijming van bankbiljetten, waarbij de buit helemaal onbruikbaar gemaakt wordt. Dit is nu volop in ontwikkeling. “Vernietigen is de beste manier”, besluit Van der Stap. “Als de slagingskans nul is, dan geven plofkrakers het op. Net zoals bankovervallen tot het verleden behoren.” <<



Laat een reactie achter